Wet werkelijk rendement box 3
Status: Aangenomen door Tweede Kamer · Ingangsdatum: verwacht 1 januari 2028
Wat regelt dit wetsvoorstel
Box 3 stapt over van een forfaitair (verondersteld) rendement naar heffing op het werkelijke rendement van vermogen. Voor verhuurders betekent dit dat werkelijke huurinkomsten en de waardeontwikkeling van vastgoed de grondslag gaan vormen — administratie wordt belangrijker, en de uitkomst kan per verhuurder flink verschillen van het huidige stelsel.
Tijdlijn
- 12 februari 2026 — aangenomen door de Tweede Kamer. Voor: SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, PvdD, CDA en VVD. Tegen: 50PLUS, DENK, SGP, ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, PVV en FVD.
- 17 maart 2026 — mondeling overleg van de Eerste Kamercommissie voor Financiën met de staatssecretaris, naar aanleiding van diens brief over het aanpassen en doorontwikkelen van het box 3-stelsel.
- 19 mei 2026 — twee deskundigenbijeenkomsten in de Eerste Kamer.
- 19 juni 2026 — brief van de staatssecretaris over verbetering van het wetsvoorstel en een traject doorontwikkeling vermogenswinst.
- 30 juni 2026 — plenaire behandeling in de Eerste Kamer. Er zijn vier moties ingediend. Bij ordevoorstel is verzocht de stemming over het wetsvoorstel uit te stellen tot de plenaire behandeling van de aangekondigde novelle(s).
- 7 juli 2026 — gestemd over de moties, waaronder de motie-Schalk (SGP) c.s. over geen bezwaar tegen het intrekken van het wetsvoorstel.
- Beoogde inwerkingtreding: 1 januari 2028 (bij koninklijk besluit, onder voorbehoud).
Wat betekent dit voor jou
Tot de nieuwe wet in werking treedt, geldt het huidige box 3-regime met forfaitaire rendementen en de leegwaarderatio voor verhuurde woningen — zie belasting bij verhuur. Verhuurders doen er verstandig aan om vanaf nu hun huuradministratie en kostenbewijzen op orde te brengen: onder werkelijk rendement telt elk bonnetje.
Actualiteit: parlementaire behandeling loopt; status en ingangsdatum kunnen wijzigen. Laatst gecontroleerd op de revisiedatum hierboven.